Over hoe het beeld ontstaat
Mijn werk beweegt zich tussen herkenning en abstractie.
Vormen verwijzen soms naar bloemen of natuurlijke structuren, maar leggen zich niet vast. Ze ontstaan, verschuiven en keren terug — in een ritme dat zich niet laat dwingen.
Ik werk met aquarel, omdat het ruimte laat voor wat zich wil aandienen.
Water, pigment en papier bewegen mee. Wat ontstaat, is niet volledig gestuurd, maar groeit in lagen.
Lijnen blijven vloeiend, overgangen zacht.
De compositie volgt geen vast schema, maar ontwikkelt zich van binnenuit.
Mijn schilderijen vragen niet om direct begrepen te worden.
Ze nodigen uit tot kijken — langzaam, zonder doel.
In dat kijken ontstaat ruimte:
voor verstilling, voor zachtheid, voor wat niet direct zichtbaar is maar wel aanwezig.
